Home | Contact

Archief

God's verdrietige bestaan


Column november 2011

Nee, geen enkele behoefte mee te doen aan de discussie over het bestaan van God. Voor velen met mij een versleten en grotendeels mislukt project van eeuwen synodes en religieus filosoferen. Een casus voor theologiestudenten, om hen te leren hoe het niet moet en niet kan. En zeker niet hoeft. 

De schrik slaat je daarom om het hart als je leest dat Klaas Hendrikse en de Synode met elkaar kibbelen over de vraag of dat bestaan van God niet op de PKN- synode als item behandeld moet worden. Volksvroom gezegd: God beware ons. Praktisch gezegd: who cares? Ook als God niet bestaat verhindert hij hopelijk de discussie en wij mensen moeten maar alvast vermoeden dat hij er zich in elk geval niet mee bemoeien zal. Daar is hij te ver voor heen. 

Het moet wezensvreemd en verdrietig voor hem zijn voortdurend weer die oude mantra´s af te horen draaien, maar niets menselijks is hem vreemd. Trouwens, de synode heeft er geen tijd voor. De agenda is vol. Niet van zijn goedertierenheid, maar van aardse beslommeringen over gebouwen, geld, ambtelijke leegloop en ledenadministratie. Dat vraagt zoveel tijd,dat je je gaat afvragen of de synode wel kan bestaan.

Je hoeft trouwens niet met de helm geboren te zijn om te voorspellen wat er uit zo’n bestaan-van-God-of niet-discussie komt. Ik denk ongeveer dit: natuurlijk bestaat hij, maar niet zoals we altijd dachten, niet zoals beredeneerbaar is, wel zoals invoelbaar is, niet empirisch aantoonbaar, wel empirisch als je bewijst dat je het geloven in Gods bestaan kunt aflezen van het gelovig handelen en denken van mensen. Maar dan krijg je niet één antwoord, maar miljoenen. Er is niet altijd één bestaan van God geweest, elk mens beleeft Gods bestaan in zijn eigen tijd en eigen leefomgeving, elke geloofsgemeenschap in zijn eigen richtingen, elk mens in zijn eigen woorden en gedachten. 

Leve de pluriformiteit van het bestaan van ons aller godsbestaan. Zoveel kleurrijke bloemen op een of meer vazen. Nee, we hoeven niet allemaal tegelijkertijd één te zijn, dat kan trouwens empirisch niet eens. Er bestaat geen eenheid in verscheidenheid, dat is eigenkijk vrome, charmante romantiek. Zeker, er is maar één God, maar van nature knippen we die op in stukjes van eigen maat en betekenis. Soms herkennen we hem van elkaar, met een knipoog. Dat is het ultieme moment van herkenning van elkaars zoeken en vinden. Dat beleven we, dat schrijven we niet op, dat meten we ook niet. Dat is er. 

Verblijdend, kostbaar en hartverwarmend, maar we laten er geen theorie op los. En voor de rest, voor het laatste kwartier van de discussie: Laat de tulp op de vaas gewoon het recht hebben zelf tulp te zijn, maar zorg er als synode voor dat de conservatieve tulp niet de frivole roos probeert te bekeren en de trotse hyacinth mag zich niet claimend opstellen tegenover het nederige viooltje. 

Hij bestaat dus wel. Op een of andere manier, in teksten die mensen schreven, in gebeden, in schilderijen en muziek, maar het hoe blijft schimmig. Zoals een oud collega in de communicatiewetenschap het eens formuleerde: sommige soorten van communicatie (ook binnen het geloof)over sommige soorten onderwerpen hebben bij sommige mensen op sommige soorten ogenblikken sommige soorten van effecten, maar welke weten we niet. En zo laten we het maar. Anders hebben we ook niets meer om te aanbidden. En aanbidden is geloven met de mond vol tanden.



HOME | CONTACT | HTML | CSS | © 2010 Wendelcom |