Home | Contact

Aanbieding roman Schering en Inslag


Op 13 juni j.l. werd in Enschede het eerste exemplaar aangeboden van een roman die ondergetekende onlangs publiceerde. De titel is: ‘Schering en Inslag’. Het boek biedt het vervolg op een 55 jaar geleden roman, die ‘Spoel en Spade’ heette.

Beide boeken gaan over bewogen tijden in Twente. Spoel en Spade vertelt over de invloed die de overgang van de huisweverij naar de industriŽle textielfabricage heeft gehad op stad en land van Twente, vooral op de mensen in hun dagelijks leven. Het bestrijkt ongeveer de periode van 1834 (het jaar dat de Enschedese Schutters terugkeren van hun jaren dienst in BelgiŽ) tot ongeveer 1860. ‘Schering en Inslag’ begint met het grote ‘stadverbranden’ van 1862, een enorme vuurramp die Enschede in Mei 1862 trof, van een omvang die voor de stad nog groter en ingrijpender was dan die van de vuurwerkramp van mei 2000. Het boek eindigt tegen de Eerste wereldoorlog.

Het eerste exemplaar van het boek boek werd aangeboden aan de burgemeester van Enschede, Peter den Oudsten. De auteur mocht een paar overwegingen bij de verschijning van het boek uitspreken. Die leest u hier onder.
 

       ‘Zeer geachte dames en heren, lieve mensen allemaal,

        Het is natuurlijk wat bizar, wanneer iemand bij zijn 85ste verjaardag een vervolg aanbiedt op een roman die hij 55 jaar daarvoor schreef. Zo iemand moet een uitslover, een dwangmatige werkzoeker of een lijder aan de overlevingsziekte zijn. En toch maakt u het mee, vanmiddag. Spoel en Spade is 55 jaar geleden voor het eerst verschenen en daarna in verschillende vormen herdrukt. Het is van de ene generatie op de andere gegaan en overal waar ik kwam tot nu toe werd gevraagd naar de welstand van de hoofdpersonen uit het boek. Maar het is moeilijk daar een antwoord op te geven. Van de mensen van toen leeft niemand meer. Er zijn wel nazaten en die heb ik op een bijzondere manier gevraagd hoe het allemaal gegaan is, na 1860, toen ‘Spoel en Spade’ afsloot. Wat ik denk gevonden te hebben staat nu, gemengd met een zoet-zure saus van romantiek en levensernst in ‘Schering en Inslag’ beschreven. 

’t Is een beetje een ‘eps’ boek geworden, dat probeert de ontwikkelingen van de oude boerschop waarin Spoel en Spade speelt en van de stad Enschede vanaf het stadverbranden in 1862 zo ongeveer op de voet te volgen. Ik heb allerlei trucs moeten uithalen om u een redelijk betrouwbaar verhaal aan te bieden. Daarbij vormden eigen waarnemingen uit een verre jeugd in Enschede en de verhalen van oude mensen die het allemaal meemaakten zo ongeveer de schering en de inslagen van de stads- geschiedenis. Door de eigen ververij ingekleurd. Na de laatste bladzijden van dit tweede deel komt de Eerste wereldoorlog, die grote veranderingen teweegbrengt.

‘Schering en Inslag’ is een soort streekroman of volksroman, met historisch redelijk betrouwbare punaises op de wand geprikt. Een gedetailleerde verantwoording van wat fictie en wat werkelijkheid is, wil ik u graag besparen. Het zou maar onrust verwekken. En ik zou het trouwens niet meer kunnen. De schering is nog wel te controleren, maar de bizarre inslag van gebeurtenissen laat zich niet steeds verklaren. Bij het schilderen kan een penseel wel eens verrassend uitschieten. Dat gebeurt met de pen ook: Ik heb ruimte genoeg overgelaten voor de lezers om zelf wat inslagen te maken. Elk mens weeft toch graag zijn eigen herinneringen en patronen?

Toen ik Herman Finkers vertelde dat het tweede deel zou komen, zei hij, voorkomend als hij is: "JOA, MOOI, MER NOE MOT DER NOG EEN DERDE DEEL KOMMEN. DAT KOMT ER OK, VIJF BLAZIJDEN IN LEER GEBONDEN EN HET HEET: “IEJ K÷NT MIEJ NIG MEER VERTELLEN.”

Wij zijn Gerard Lage Venterink dankbaar voor zijn informatief artikel in Tubantia van Woensdag jl. waar hij mijn boek in een discussie plaatst over de vraag waarom wij in Twente niet bekende streekromanschrijvers hebben gehad zoals Coolen en de Jong in Brabant, De Vries in Drente, Theun de Vries in Friesland, Herman de Man in de Waarden, Cor Bruyn met zijn Sil de Strandjutter, Marie Koenen met haar Korrel in de Limburgse voor en van Diemen de Jel, en Krosenbrink in de Achterhoek. Ik ga daar niet op in, bij deze gelegenheid, maar het artikel vraagt om een verdere discussie tussen taalkundigen en cultuur filosofen. Wat mij betreft: veel dank aan de kritische meelezers en raadgevers en vooral de uitgever die weer eens de nek uitsteekt. Alleen een goede verkoop kan haar zorg verlichten.

 Op verzoek van de uitgever lees ik nu een kort stukje van het slot van het eerste deel. Daarin wordt de afsluiting van een oude huisweverij- periode en de overgang naar de industriele ontwikkeling van de textiel beschreven. In de schering van onze Twentse cultuur hoort het kroamschudden en vroeger speelde daarbij –soms nog- de grote geboortewegge een rol. Zo ook hier, bij de geboorte van de nieuwe tijd.

 In de herberg De vergulde Spoel van Rooie Oto, het trefpunt van de huiswevers, wordt een beslissende bijeenkomst georganiseerd waar de fabrikant Te Veldhuis de huiswevers probeert te te overtuigen dat de huisweverij op een eind loopt en hen te interesseren voor een werkplek in zijn nieuwe stoomweverij. Voor hen een grote stap, voor hem een experiment. Twaalf mannen besluiten naar de fabriek te gaan. Midden in de herberg wordt een tafel ingericht met daarop een enorme wegge. Ik lees: vier mannen grijpen de hoek van de tafel, tillen die op en wiegen die heen en weer, onder het zingen van het oude wiegelied: Heia, kappeia, suja keendje sloapen, die vader hodt de schoapen, die moder hodt de boonte koo, suja keendje, de oagen too. 

Die woorden slaan nergens op, maar wat geeft dat. Deze gekke vertoning is een welkome ontspanning na moeilijke tijden. Er is weer zicht op werk en brood. Kan de nieuwe tijd zo slecht zijn, als zij die dingen geven gaat? De vier wiegers van de wegge kunnen niet meer van het lachen. Ook Peutke weet niet meer waar hij het zoeken moet. Hij veegt zich de tranen uit de ogen. Daar krijgt hij weer een lesje: God weeft anders, met een eigen schering en een eigen inslag. Fritz Roth neemt de leiding. Waar zijn de twaalf mannen die naar de stoom gaan om te weven? Allo, aanpakken, we moeten de boerschap in met de wegge. Een instemmend gejuich gaat op. Vooruit, aanpakken. Er worden twee planken gehaald om de wegge op te leggen. Otto haalt een stormlamp uit de schuur. Een van de mannen gaat voorop met de lamp aan een stok, de anderen volgen, met hun schouders onder de planken. Ze trekken de boerschap in, door de verse sneeuw, lachend en zingend, van huis tot huis, om het grote nieuws te vertellen. De mannen wiegen het kind van de nieuwe tijd, de toekomst die in hun handen ligt.

 En het vervolg mag ik nu aanbieden aan de burgemeester van Enschede. Fijn dat u dat wilt doen. U bent een redeljk geplaagd mens op dit moment. Toen ik vanmorgen las waar u allemaal in betrokken bent, dacht ik aan die wereldberoemde trilogie van Trygve Gullbrandsen: Winden waaien om de rotsen, En eeuwig zingen de bossen, (binnenkort ook weer aan de Museumlaan), en tenslotte: De weg tot elkander, want er moet toch weer geakkedeerd worden. Als u dit boek uit hebt, moet u daar eens aan beginnen. Dank voor uw bereidwilligheid en veel sterkte.’

Beide boeken zijn verschenen bij Zomer en Keuning te Utrecht. De prijs per stuk is 14.99 Euro. Wie de beide boeken koopt krijgt een aardige korting. Uw boekhandel wil u helpen.

 
HOME | CONTACT | HTML | CSS | © 2010 Wendelcom |