Alles is betrekkelijk
Als een verkleind exemplaar van het soort 'Mens' sta je verstomd te kijken naar verpletterende wezens uit een onbegrijpelijke oertijd, op een zomerachtige dag in het Drumheller museum in Alberta, Canada. Tientallen complete saurussen staren je aan, bijeengesprokkeld uit een nabije vindplaats, waar dag in dag uit gegraven, verzameld en zorgvuldig bestudeerd wordt. Leerzaam. Een werkzame oefening in nederigheid. Een dagje naar achteren geworpen in de tijd.
Langs de prachtige showvensters lopen de tijdsbalken, van 10-80 miljoen jaar en verder terug, stukjes eeuwigheid voor onze begrippen. In al die perioden waren ze er, die onwerkelijke schepsels met vervaarlijke staarten, grote en kleine bekken, onvolgroeide voorpootjes, graseters en vleeseters. Niemand weet hoe de omstandigheden waren waarin ze konden leven en niemand weet hoe er een eind kwam aan hun bestaan. Voedselgebrek? Inslag van een hemellichaam, een enorme ijsvloed die vanuit het Noorden alles verpletterde, vloedgolven van ongekende hoogte, onbekende ziekten? We weten alleen zeker dat die wereld eens werkelijkheid was en ook, dat wij als mensen er geen uur hadden geleefd.
En in de kantine van het schitterende museum ga je onherroepelijk
relativeren bij een koud biertje: hoe
ongelooflijk betrekkelijk zijn de dingen. Die tijd heeft lang geduurd, maar bleek toch eindig. Met onze tijd gaat
het niet anders. In die verre tijd was er alleen brute macht, geweld. Er liepen
dieren rond met bizarre uitstekende rugwervels als wapenen, met staarten als
gesels of maaibalken, zinloze vergroeiingen en als je ze ziet denk je: wat zijn
wij dan klein, beschaafd, beperkt, verstandig en ontwikkeld. En zo hoogmoedig,
dat we denken dat de schepping altijd aan ons onderworpen is geweest. Een
retourtje Drumheller helpt echt. Je loopt de deur uit en je schopt tegen een
brok steen. Willekeurig kijk je toch even naar beneden: dat was toch geen
verstandskies van een saurus?
Anne van der
Meiden
