Archief
Het imago van de veroudering
Samenvatting van een lezing gehouden op 19 september 2009 voor de Dr. G.J. van Hoytemastichting
Aan het begin van mijn
inleiding mag ik mij misschien een pastorale opwekking veroorloven. Nu
ik zelf in het tachtigste levensjaar ben en voor mij jongere mensen zie
zitten die nog geen idee van ouder worden hebben, roep ik u toe: Houd
moed! Het valt mee! Het heeft iets! En laat u geen negatieve
veroudering aanpraten. U merkt het allemaal vanzelf wel.
Ik kan dit zeggen,
omdat mijn bijdrage wat in de periferie van de inhoudelijke opzet van
dit congres terechtgekomen is. En omdat ik nog redelijk kras ben.
Met dat laatste moet je oppassen, heb ik geleerd. Eens bestrafte mij
een kleinzoon in Canada, toen ik hem na een wandeling van school
haalde: 'Doe dat nooit meer, opa. Al mijn vriendjes hebben opa’s in
rolstoelen, je kunt niet zomaar jeugdig aan komen wandelen. Daar praten
ze over in de klas.' Nou ja, over het spagaat-imago van oud zijn en oud
worden gesproken!
De
Prediker
Ik wil u graag ondogmatisch toespreken, zeg maar vanaf het bankje in
het park, en ik begin daarom met een oude metafoor, gemaakt door een
voornaam en wijs mens, misschien wel koning Salomo zelf, in het boek
Prediker, van pakweg 3000 jaar geleden.
Persoonlijk vind ik hoofdstuk 12 van dit boek een van de mooiste
metaforen over de ouder wordende mens. Niet alleen vanwege de fraaie
beeldspraak, maar vanwege de krachtige beeldvorming die er uit spreekt.
Op duizenden uitvaarten werd dit gedeelte vroeger gelezen, in kerken en
aula’s. Het hooglied van de oude mens, zou je bijna zeggen.
Zoals het een goed geschoold theoloog
betaamt, moet ik echter eerst zeggen dat wetenschappelijk- exegetisch
tegenwoordig niet zonder slag of stoot aangenomen wordt, dat de auteur
met deze beelden probeert een portret van de veroudering en de ouder
wordende mens te schilderen. Nieuwe inzichten en zo. Ze geven ons elke
vijf jaar nieuwe uitzichten en na 25 jaar zijn ze op het oude startpunt
terug.
Als iedereen nu gerustgesteld is na deze relativerende mededeling, kan
het ouderwetse genieten van de tekst dus ongehinderd beginnen. Dat is
het voordeel van ouder worden: het hoofd schudden over nieuwe theorieën
en waarschuwen dat oude visies niet allemaal zo versleten zijn als
de botten van een oud mens.
Waarschuwing
Ik neem u even langs enkele stations van Predikers imagobouw van de
oudere mens en ik hoop u duidelijk te maken dat we hier zowel met een
goed gelijkend portret als met een in grote lijnen beschreven plan voor
wetenschappelijk onderzoek te maken hebben. Ik verklaar mij later
nader, maar eerst moet mij dit van het hart: wat wordt er toch irritant
gelijkschakelend gesproken over ouder worden, alsof, om maar eens iets
te noemen, ouder worden overal gelijk beleefd wordt. Zelfs in ons
kleine land zijn de verschillen naar deze overkomsten toch opvallend.
Volgens mij is er zoiets als regionaal ouder worden. Ik kom
er op terug!
Het hoofdstuk van
Prediker begint met een welgemeende waarschuwing:
Denk aan je schepper in
de dagen van je jeugd. Voor de dagen komen en de jaren naderen waarin
je zegt: in deze jaren vind ik weinig vreugde meer. En wat gebeurt er
dan in die komende jaren? Luister en huiver!
De
dag dat de zon verduistert, de sterren en de maan niet langer stralen. Dat zal op het
verschralend gezichtsvermogen slaan.
De
dag dat de lucht ook na de regen grauw van wolken wordt. Een beetje
zwaarmoedigheid misschien. ’t Wordt nooit meer wat het was.
De
dag waarop de wachters trillend voor het huis staan. Dat slaat op je
bevende oude benen.
De
dag dat de soldaten kromgebogen voorbijgaan. Wat eens fier en strak
was, is nu krom, gebogen en onaanzienlijk geworden.
De
dag waarop de maalsters langzaamaan verdwijnen. Zullen dat niet onze
tanden zijn die het begeven?
De
dag dat de vrouwen uit het venster staren en een schaduw lijken. Zijn dat wellicht onze
oogzorgen of zijn het de schimmige ‘achter-de-geranium-kijkers?
De
dag waarop de deuren naar de straat worden gesloten. Dat lijkt op de
achteruitgang van onze oren.
De
dag waarop de graanmolen geen geluid meer maakt. We gaan binnensmonds
mompelen. De dag dat het fluiten van de vogel ijl wordt en het lied
versterft: oud worden en hoge stemmetjes opzetten en vals zingen, dat
hoort bij elkaar.
Tijdens
diensten in verpleeghuizen zingt het koortje van de bewoners ook 'oud'.
Aandoenlijk echt.
We gaan verder:
Eer
de dagen komen dat je geen heuvel meer durft te beklimmen, de weg is
vol gevaar. Je
moet oude mensen eens omzichtig zien oversteken! Alsof alles om hen
heen hen bedreigt.
Als
de amandelboom zijn wintertooi bewaart: de haren zijn en blijven wit.
De sprinkhaan sleept zich voort: het geslachtsdeel verkwijnt en de
klapperbes helpt niet meer. Elk middel tegen
potentieverlies faalt.
Het
zilverkoord wordt weggenomen, de gouden lamp breekt, de waterkruik valt
in stukken en het stof keert terug naar de aarde en wordt weer wat het
eens was. En de adem van het leven gaat weer naar God toe. Allemaal beelden van
hartfalen, het opgeven van de voornaamste organen.
Nou ja, zo gaat de mens
naar zijn eeuwig huis. Het is gedaan, waarop de Prediker afsluit met:
‘Het is allemaal leegte.’ In de Twentse vertaling hebben we het zo
gezegd: ’t Is almoal weend, aans niks as weend.’
Verval
Als er nu één imago is dat de moderne mens niet ambieert, is het dit
wel: de veroudering als geleidelijke afbraak, vol tekenen van verval.
Een term die we vroeger graag gebruikten om aan te tonen dat een mens
slechter en slechter werd en de doodsoorzaak niet geheel duidelijk was:
verval van krachten.
Onlangs zagen mijn
vrouw en ik een tentoonstelling van 100 prachtige foto’s van 100 mensen
die 100 jaar of ouder waren. We kwamen weer jong thuis. En ineens
schoot me die oude term te binnen van vroeger tijden, als vader meldde
dat die of gene overleden was en moeder vroeg: wat had die dan? Het
antwoord was zeer mysterieus: verval van krachten. Ik gebruikte
dezelfde term onlangs nog in een gesprek met een deskundige vriend over
de bankellende: inderdaad, verval van krachten!
Modern
oud zijn
Ik haast me in de buurt van een evenwichtiger benadering te komen. Het
brede imago van het ouder worden is zonder twijfel de laatste vijftig
jaar sterk gewijzigd. Zowel het imago van oud zijn dat ik zelf heb of
graag wil hebben en het imago dat anderen van mij hebben. Ik heb het
dan over het gewilde en gekozen imago aan de ene kant en het gegunde
imago aan de andere.
Tal van krachten hebben
daaraan meegewerkt. Niet in de laatste plaats de medische wetenschap,
die veel ongemak van de oudere jaren heeft weggenomen en het zinloos
opbergen van wrakken in gesloten huizen danig heeft bestreden. Maar ook
de enorme sociale veranderingen maakten mensen minder snel oud. Wat in
mijn jeugd oud was, gaat nu naar een studiedag voor toekomstige
pensionado’s en doet dat op een racefiets. Nee, vader is er niet, die
viert zijn vijfentachtigste verjaardag tijdens een golftoernooi in
Spanje. In onze dagen leren we de oudere mens meer waarderen als iemand
met ervaring, met soms nog veel energie, met bruikbare
advieskracht. Iemand die er erg lang nog geheel bijhoort. Nog van alles
doet. En vaak nog eet zonder bril.
Dat wordt het door de
diverse media voor ouderen en door organisaties voor ouderen als heftig
en modern evangelie gepredikt: al dat verval van krachten is heel vaak
door mensen van buiten opgeplakt. Voorwaarts, energieke oudere. Hoezo,
niet meer bergbeklimmen? Hoezo, niet meer diepzeeduiken? Modern oud
moeten zijn kan uitgroeien tot een irritante mythe, vooral door de
reclame van artikelen die een oud mens natuurlijk niet kan en wil
missen.
Als u het niet erg
vind, moet ik een beetje protesteren. Ontneem ons nu niet onze
bijzondere status. Ouder worden is een gave, een geschenk. Neem ons het
geweldige prerogatief van slimmer worden niet af. De echte oudere is
ostentatief oud als het hem uitkomt, voordeel oplevert. Ik kan rustig
een lezing weigeren op grond van mijn oud zijn. Ik kan rustig de jonge
vlerk uithangen, dankzij mijn oud zijn. Ik kan lachend zeggen dat ik
iets natuurlijk niet meer doe, vanwege de leeftijd. Ik kan rustig en
met eer en geweten een bevoorrechte positie bemachtigen door mijn jaren
met
nostalgie en mythevorming te omringen. En bij dit alles weet ik, dat
ouderen sterk onderling verschillen in levensmoed, in de wil om energie
ergens in te steken en niet te vergeten: onze lichamen houden qua
gezondheid niet gelijke tred. Maar we vieren nu feest! U hebt er nog
geen last van, een stichting van 40 jaar, maar pas op, ik spreek u over
een jaar of tien nader.
Het
imago van oud zijn
Een imago is een wispelturig ding. Niemand heeft de vorming en de
instandhouding ervan vast in handen. Altijd is een imago immers
opgebouwd uit een mix van feiten, wisselende waarnemingen, geruchten,
trends, uitgewisselde ervaringen, mediale projecties en reclamebeelden.
Mysterieus verweven, moeilijk inzichtelijk te maken.
Ouder worden op zich heeft kennelijk een zelf gevormd en gewild imago,
maar de maatschappelijke werkelijkheid volgt dat niet altijd: die maakt
zelf een imago, gunt aan het ouder worden een imago, koestert dat en
praat er over. Iedereen komt er namelijk als het meezit in terecht, wat
is er dan aardiger om de tomaat van het ouder worden uit
te hollen en er van alles wat je maar wilt in te stoppen!
Het imago van ouder
worden kent ook interessante associaties, variërend van respect en
vertedering tot ergernis. Verhelderende wetenschappelijke studies heb
ik daarover nog nooit van gezien. Terwijl het toch interessant moet
zijn te weten welke imago’s van ouder worden invloed hebben op
bijvoorbeeld politieke beslissingen, op toerisme, consumptie in het
algemeen, op mediabeelden, op beeldende kunst en op architectuur. Een
mooie interdisciplinaire onderzoektaak voor deze vitale stichting? Een
project op basis van een comprohensive approach, vanuit de medische
wetenschappen, de theologie, de sociologie en de antropologie? Toch
niet te moeilijk? Niet commercieel interessant? Denk er eens over na,
dat is
alvast een begin voor een wat ouder wordende stichting.
Imago-ingrediënten
Moeten negatieve imago’s bestreden worden? Heel veel bedrijven en
organisaties streven daarnaar en besteden er kapitalen aan. Mag ik even
voorzichtig waarschuwen? De opbouw van een imago uit diverse
ingrediënten wordt heel vaak verstoord door onverwachte gebeurtenissen
en ontwikkelingen. Het lijkt er zelfs op dat in onze door mediageweld
gekenmerkte incidentencultuur elke receptuur voor imagoherstel of
verandering onwerkbaar wordt.
Ons beeld van de ouder wordende mens lijkt meer op een caleidoscoop die
we vroeger als kinderen kregen: een paar stukjes gekleurd glas in een
papieren kokertje op een glazen bodem. Je schudde aan het kokertje en
de stukjes vormden telkens een ander mozaïek. Zo
gaat het ook met het imago van het ouder worden: flitsende items over
extremiteiten veroorzaken kortstondige trendjes. Morgen is het anders,
vrienden. Morgen is de stichting ook weer een dagje ouder. Houd moed!
Het is niet zo erg allemaal, integendeel, ouder worden houdt je jong!
Veel kracht en moed
gewenst. Geloof vast in eigen kracht. Denk aan die uitvinder die met
een knijpkat in de hand ineens besefte dat je niet alleen met je duim,
maar ook met je voeten stroom kon opwekken: je moet blijven lopen en
werken om zelf je energie op peil te houden!
Anne
van der Meiden