Archief
Inspiratie
Samenvatting van een lezing gehouden tijdens de PCOB-dag Overijssel op 4 april 2009
Een
mooie lentedag om over inspiratie te denken in een gezelschap dat al
aardig in de herfst of zelfs de winter van het leven gearriveerd is. Uw
spreker ook. Overal begint het nieuwe leven, vandaag en morgen lopen
overal kinderen met Palmpasens, symbolen van eeuwige vernieuwing in de
natuur. Persoonlijk heb ik aan die dingen geen vrolijke herinnering. Ze
werden zwaar opgetuigd, je werd geacht er zeker een uur mee te lopen in
een optocht en je droeg nieuwe schoenen (een gebruik bij Pasen) om ze
goed in te lopen.
Maar
dit terzijde. Voor veel mensen op onze leeftijd geleden die vrolijke
symbolen van levensvernieuwing niet meer zo duidelijk. We hebben andere
zorgen aan het hoofd. We worden vaak niet meer zo intens geïnspireerd,
door wat dan ook.
Nostalgie
De meesten van ons houden van terugkijken naar andere tijden. Ze worden
nostalgisch en dat betekent “ziek worden van de terugkeer”, of in het
Twents: “vroggerzeerte”. Ze zijn ook niet op zoek naar nieuwe
uitdagingen en experimenten. Ze liggen, om met Jeremia te spreken, een
beetje als wijn op hun droesem, rustig, niet roeren en ze gaan ook naar
droesem smaken. Een beeld uit Jeremia’s oordeel over het land Moab, dat
net als andere naties in die dagen bedreigd werd door de grote vijand
uit het Noorden. Moab is nooit van het ene vat in het andere geledigd,
zoals je
doet met wijn die je steeds weer overgiet om van de droesem af te
komen. Mensen die hijgen naar het pensioen en zich onmiddellijk
oogkleppen en oordopjes aanschaffen om de boze buitenwereld voorgoed
buiten te sluiten.
Maar
dat is een heel erg eenzijdig beeld en ik kan me best voorstellen dat
er mensen in de zaal zitten die zich niet aangesproken voelen. Er zijn
gelukkig veel ouderen die beslist niet lekker oud van lijf en geest
willen zijn. Wel een beetje noalen,
een beetje mopperen op de vernieuwing, een beetje ergernis aan kinderen
en kleinkinderen, aan de politiek en aan de kerk misschien. Maar geen
sprake van vervelende depri van de ouderdom.
Integendeel:
er lopen heel wat geïnspireerden rond van boven de zestig,
vrijwilligers in allerlei werk, mensen die deze tijd nog graag volgen
en erover praten, er niet aan denken uitgediend te zijn en een radar
voor alles wat inspireert koesteren. Je hebt altijd oale wieven gehad,
zelfs onder de 20 jaar en die lopen er nog genoeg rond. En je ziet heel
wat geestelijke twintigers onder de 70-plussers, jeugdige, bezige bijen
met oude botten.
Maar we zouden niet alleen over ons, maar over inspiratie praten. Dat moet ordelijk gebeuren en daarom vragen we ons af:
- Wat is dat precies, inspiratie?
- Wie en wat inspireert ons?
- Hoe ver staan we open voor inspiratie?
- Wat houdt ons tegen, wat blokkeert ons?
- Wat betekent inspiratie voor je geest en voor de club waar u lid van bent, de PCOB?
Dat
zijn een paar voor de hand liggende vragen en u kunt er beslist nog een
paar bedenken. Maar we zijn wat de tijd betreft een beetje op rantsoen
gesteld en ik heb beloofd u niet al te zeer te plagen.
Wat is inspiratie eigenlijk?
Letterlijk
is het: inblazen. Iets adem geven. Begeesterd raken, aangeraakt worden
door iets van buiten. Het komt inderdaad van buiten, althans zo voelt
het. Het wordt ingefluisterd, ingegeven. Het zet ons aan tot denken,
tot bepaalde handelingen. Als je vroeger een vervelende woensdagmiddag
beleefde en je vriendje kwam langs met en prachtig plan om ergens
appels bij een boer te regelen, dan voelde je je geïnspireerd. Als je
een lief meisje zag en je wilde haar een uniek briefje schrijven, dan
gaf een gedienstige geest jouw de woorden in.
Mensen
zijn mens geworden toen ze een levensgeest ingeblazen kregen. Een
schepper gaf die geest en met die geest werden ze geïnspireerd. Om een
taal uit te vinden, om te schilderen, om te dichten, om een filosofie
te ontwerpen, om te blijven leven onder grote druk. Vroeger dachten we
dat het een boze geest was die ons inspireerde om die appels te jatten
en een goede geest die ons tot goede werken aanzette. Als je ouder
wordt, denk je wel eens dat de inspiratiemachine vastloopt, maar dat is
niet waar. De geest blijft werken tot hoge ouderdom, als het goed is tenminste.
Een
vraag: krijgt ieder mens in gelijke mate die geest toebedeeld? Ik denk
van niet. Misschien is het wel zo dat de een met minder geest toekan
dan de ander. De een heeft aan een kopje genoeg, de ander heeft een
emmer nodig. Dat de een meer inblazing nodig heeft dan de ander. Meer
bagage in eigen huis heeft en niet steeds afhankelijk is van aanvoer
van buitenaf.
Wat
de bronnen van inspiratie betreft: de een wordt geïnspireerd door het
verleden, dat nog altijd impulsen afgeeft. De ander is sterk
afhankelijk van zijn geloof, een derde krijgt de geest door zijn
omgeving op zich te laten inwerken. En weer een ander heeft een bijna
niet op te drogen geest van creativiteit. 1 Cor. 12 uit de bijbel geeft
daar een subliem beeld van: we zijn niet gelijk op bedeeld met gaven,
de een kan dit en de ander dat, maar samen zijn we een lichaam. De hand
kan tegen de voet niet zeggen: ik heb je niet nodig. Samen staan
die gaven in elkaars dienst. Samen zijn onze inspiraties tot meer in
staat dan de eenvoudige optelsom suggereert. Elke inspiratie kan een
ander tot inspiratiebeleving brengen.
De geest van vernieuwing
Tot
nieuw denken en geloven moet je ook inspiratie krijgen. Er zijn altijd
nog mensen die denken dat alles conserveren ook inspiratie behoeft. Je
trouw aan het oude houden, daar gaat het om. Semper idem: altijd
hetzelfde. Dat lijkt me niet. En maar denken dat er niets verandert!
Terwijl we weten dat er niets bestaat dat niet verandert. God ook? In
ons beeld wel. Ons geloof verandert niet? Wel degelijk. We merken dat
alles om ons heen en ook in hen andere paden en bronnen zoekt. Je kunt
nooit tweemaal in dezelfde rivier springen, zei een filosoof eens.
Alles stroomt, gaat voorbij, vernieuwt zich, krijgt een ander gezicht en ook een andere macht over ons.
Vooral
als je terugkijkt denk je wel eens: ik ben toch ook veranderd. Je wordt
toch van je droesem afgegoten door de tijd, de levensomstandigheden,
door een ziekte. Je durft jezelf steeds meer te bekennen dat veel van
je oude geestesbezit niet meer werkt en je lijdt er niet onder. Je
ervaart dat veel van wat vroeger ernstig waar was nu geparkeerd is,
niks meer oplevert en dat je nieuwe piketpalen geslagen hebt. Als we
steeds maar weer het oude bewaren willen, maken we meer kapot dan onze
toekomst lief is. Een menselijke geest moet zich net zo intens
vernieuwen als het menselijk lichaam doet. Wat betekent dat voor onszelf en onze omgeving.
Ik
hou er niet van te roepen dat je je overal aan moet passen. Nee, we
lopen niet met alles in de pas. We selecteren meer. De een kan ook
harder lopen dan de ander, heeft meer de dierbare herinnering nodig dan
de ander. Maar niemand die leeft is ontslagen van de plicht mee te
denken en mee te werken om de wereld een betere plaats te maken om te
leven. We hebben een radarapparaat gekregen en moeten dat gebruiken. En
wat heb je daar voor nodig? Als enkeling, als groep, als vereniging:
een ongehinderde vrijheid, ruimte om nieuwe bakken uit de hakken en nieuw land te ontginnen.
Nieuwe wijn
Elke organisatie heeft verspieders van de toekomst nodig, anders droogt
ze uit, versteent ze. Elke vereniging moet experimenteren, de nieuwe
mogelijkheden aftasten en de leden de ruimte en de vrijheid geven een
paar passen vooruit te lopen en ook andere paden te verkennen. Wel
elkaar goed in het oog te houden: zoals wij als kinderen deden wanneer
we met de ouders wandelen gingen in het bos. Altijd proberen andere
weggetjes te lopen, als je je ouders maar in de gaten kon blijven
houden. Geen oude wijn in oude zakken, ook geen oude wijn in nieuwe
zakken, maar nieuwe wijn in
nieuwe zakken. Geen vooruitgang bewust tegenhouden, maar de kans geven.
En vooral elkaar de ruimte gunnen om nieuwe zaken te onderzoeken. Niet
dat vervelende zeuren over het geloof van de kinderen dat niet zo is
als het uwe. Wees blij dat ze de geesteskracht hebben zelf hun geloof
een vorm te geven die bij hen past.
Hoeveel ouderen hebben niet in hun herinnering beelden van het
opgesloten zijn, het beperkt zijn, aan de band gelopen hebben. Dat
gevoel mag een vereniging nooit geven. U bent als Bond een verzamelplek
voor mondige mensen die de wereld van nu verkennen moeten om de komende wereld een beetje te begrijpen. Dat is de inspiratie, die we allemaal nodig hebben.
Dr. Anne van der Meiden