Home | Contact

Column

Natuurlijk loopt het kerkbezoek terug 

Als lid van de Hervormde Gemeente te Nijverdal heb ik met belangstelling het artikel in Tubantia van 12 augustus gelezen over de voorgenomen samenwerking tussen Gereformeerden en Hervormden in mijn gemeente. De plannen die een voorbereidingscommissie ontvouwden, wekken vertrouwen en zijn realistisch. Onder de druk van de financiële zorgen komen de partijen wat sneller tot elkaar. 

Toch zijn er twee problemen te signaleren, waar ik al vele jaren mee zit. Ik houd niet zo van dissidenten, dus loop ik de kerk niet uit, niet uit deze en evenmin uit de twee andere waar ik ook lid van ben. 

Het eerste probleem dateert uit de tijd van de voorbereiding van de totstandkoming van de PKN. Dat ging niet allemaal van een leien dakje. Vooral in vrijzinnige kringen, maar ook in de rechtse kaders van de kerk, leefde bij vele leden de overtuiging, dat je niet zomaar over de hoofden van de leden kon besluiten of ze wel naar een nieuwe kerkformatie overgeschreven wilden worden. Een groep leden waar ik deel van uitmaakte, heeft destijds met argumenten voorgesteld alle leden in de kerken de gelegenheid te bieden persoonlijk en schriftelijk voor of tegen de fusie te stemmen. Een soort referendum, waar de betreffende synodes zich aan zouden moeten houden. Zoiets is gebruikelijk in het maatschappelijk verkeer, wanneer bijvoorbeeld verenigingen willen fuseren. 

De groep haalde met die mening de kranten en ontving adhesie op verschillende manieren. Al snel werd het duidelijk dat de leiding van de kerken daar niets voor voelde, om de eenvoudige reden dat er waarschijnlijk dan nooit een fusie zou komen. In de officiële afwijzing van het idee, werd de opposanten te kennen gegeven, dat kerken iets anders zijn dan verenigingen. Je mocht er van uit gaan dat de beslissing in de handen van vertegenwoordigende vergaderingen in de kerk behoorde te liggen. Het was immers een kwestie van goed vertrouwen. Het ging allemaal niet door. We houden het dus maar op goed vertrouwen. Argumenten in de richting van algemene democratiseringsprocessen in de maatschappij en stijgende mondigheid van de leden, haalden het niet. 

Een tweede opmerking betreft de uitspraak bij de aanbieding van het plan van aanpak in mijn gemeente: ‘Natuurlijk loopt het kerkbezoek terug, daar hoeven we geen mooi verhaal over te maken.’ Deze opmerking past in de kerk-brede opvatting, dat je met dit onvermijdelijke erosieverschijnsel in de kerken eenvoudig moet leren leven. Er komen nog steeds mensen, dus voorlopig geen nood! 

Uit algemene godsdienstsociologische studies weten we in grote lijnen waarom mensen tegenwoordig afhaken in zulke grote hoeveelheden. De PKN verliest landelijk elke week 1000 leden in Nederland, ongeveer een gemiddelde predikantplaats. Je zou zeggen: reden temeer om die teruggang als nummer een op alle actieagenda’s van de kerk te plaatsen. Wordt het geen tijd grondig na te gaan in alle gemeenten van de kerk met welke soorten van loslating, afwending en afkeer van mensen van de kerk we te maken hebben? Een welke motivaties daarachter liggen? Ik bedoel niet wat we vermoeden hoe die zaken liggen, maar wat ze op basis van gedegen onderzoek werkelijk blijken te zijn. En zouden de resultaten niet van invloed kunnen zijn op de verdere plannen voor de toekomst, ook wat faciliteiten en behuizing betreft? En kan in het onderzoek dan meteen worden meegenomen, waarom het in sommige gemeenten in ons land wel degelijk heel goed gaat, groei zichtbaar is, kerken worden gebouwd. 
En, ten derde, hoe komt het dat in sommige kerken helemaal geen sprake is van teruggang, integendeel. Er worden overal nieuwe gemeenten gesticht. Is er soms iets met de aangeboden producten aan de hand? En met de marketing daarvan?

 Anne van der Meiden

HOME | CONTACT | HTML | CSS | © 2010 Wendelcom |